Theoretische achtergrond

Op deze pagina vindt u een overzicht van de belangrijkste inzichten uit wetenschappelijk onderzoek. Deze theoretische basis is essentieel om de materialen op deze website effectief toe te passen klaspraktijk. 

Definitie en vormen

Faalangst wordt in de literatuur omschreven als een specifieke vorm van angst die optreedt in situaties waarin een kind wordt beoordeeld, of denkt te worden beoordeeld (Bovee & Drijfhout, 2006). Het betreft de angst om te falen, niet aan verwachtingen te voldoen of zich te schamen. Deze angst kan een aanzienlijke belemmering vormen voor zowel het leerproces als het welbevinden van het kind. 

Onderzoekers onderscheiden verschillende vormen van faalangst, elk met eigen kenmerken en uitingsvormen: 

  • Cognitieve faalangst: Angst om te falen bij intellectuele taken, toetsen en leerprestaties. Dit is de meest bekende en onderzochte vorm. 
  • Sociale faalangst: Angst voor afwijzing, uitlachen of niet geaccepteerd te worden door leeftijdsgenoten en leerkrachten. Dit kan zich uiten in situaties zoals spreken voor de klas of samenwerken. 
  • Motorische faalangst: Angst om te falen bij lichamelijke of praktische taken, zoals bij sport of muzische vorming (Horeweg, 2025). 

Een kind met sociale faalangst heeft vaak andere ondersteuning nodig dan een kind met voornamelijk cognitieve faalangst. Horeweg (2025) benadrukt bovendien dat faalangst regelmatig comorbide voorkomt met leer- of ontwikkelingsstoornissen zoals ADHD, dyslexie of hoogbegaafdheid. Dit vraagt om een gelaagde benadering, waarin zowel de angst als eventuele onderliggende problematiek worden erkend en aangepakt. 

Signalen van faalangst

Het vroegtijdig herkennen van faalangst is cruciaal voor tijdige ondersteuning. Signalen zijn vaak subtiel en kunnen gemaskeerd worden door ander gedrag. Op basis van uitgebreid praktijkgericht onderzoek, met name van Horeweg (2025) en Lahr en Rijkée (2017), kunnen de signalen worden onderverdeeld in verschillende categorieën: 

 

Lichamelijke signalen: 

  • Zweten, trillen of wiebelen 
  • Rood worden of rode vlekken in de nek/gezicht 
  • (Hyper)ventilatie, hijgen, een benauwd gevoel 
  • Buikpijn, hoofdpijn, misselijkheid 
  • Frequent moeten plassen of naar het toilet gaan ("vlucht naar de wc") 
  • Stotteren of een dichte keel krijgen 

 

Gedragsmatige signalen: 

  • Vermijdingsgedrag: Niet beginnen aan het werk, werk weigeren, veel tijd besteden aan andere activiteiten. 
  • Overmatig veiligheid zoeken: Extreem veel vragen stellen (ook naar de bekende weg), constant bevestiging vragen ("Doe ik dit goed?"), steun zoeken bij klasgenoten of de leerkracht. 
  • Perfectionisme en controlebehoefte: Bij de moeilijkste vraag van een toets beginnen (om die eerst "weg te werken"), werk niet of juist extreem veel nakijken en verbeteren, veel vragen over de context en regels ("Moet mijn naam op het blaadje?"). 
  • Aanpassings- en terugtrekgedrag: Weinig tot geen inbreng leveren tijdens groepswerk, wegduiken bij het geven van beurten, vragen om niet op het digibord te hoeven komen. 
  • Clownesk of afwerend gedrag: De clown uithangen om aandacht af te leiden van de eigen prestaties, nieuw werk afdoen als "stom" of "saai". 

 

Cognitieve en emotionele signalen: 

  • Negatieve zelfspraak (“Ik kan dit nooit”, “Ik ben dom”). 
  • Een laag zelfbeeld en weinig zelfvertrouwen in leersituaties (Plummer, 2007) 
  • Overgevoeligheid voor kritiek 
  • Zwart-wit denken: iets is of helemaal goed, of helemaal fout 

 

Belangrijk om te benadrukken is dat één enkel signaal op zichzelf geen directe indicator is voor faalangst. Het gaat om terugkerende patronen en clusters van gedrag die zich vooral voordoen in prestatiegerichte situaties (Horeweg, 2025). Observatie over een langere periode en in verschillende contexten (zoals individueel werk, groepswerk, toetsen en bewegingsonderwijs) is daarom essentieel. 

Oorzaken en factoren

Faalangst ontstaat uit een complexe wisselwerking tussen interne kenmerken van het kind en externe factoren in de omgeving. Recent onderzoek benadrukt dit transactionele model (Erotokritou et al., 2025; Gaikhorst et al., 2022). 

Interne factoren: 

  • Zelfbeeld en Zelfwaardegevoel: Dit is de kern van de interne kwetsbaarheid. Kinderen met faalangst hebben vaak een negatief, gefragmenteerd zelfbeeld. Ze zien zichzelf als minder competent dan hun leeftijdsgenoten, zelfs wanneer objectieve prestaties dit tegenspreken. Plummer (2007) stelt dat dit lage zelfbeeld ertoe leidt dat kinderen sneller opgeven en onder hun capaciteiten presteren. Van Bezooijen-Weij (2013) toonde aan dat een positief zelfbeeld leerprestaties ondersteunt, terwijl een negatief zelfbeeld faalangst in de hand werkt en versterkt. 
  • Aangeleerde hulpeloosheid: Na herhaalde negatieve ervaringen (echt of ervaren) leren sommige kinderen dat hun inspanning geen invloed heeft op de uitkomst. Ze ontwikkelen de overtuiging "het heeft toch geen zin" (Bovee & Drijfhout, 2006). 
  • Dispositionele factoren: Temperament (bv. hoogsensitiviteit), genetische aanleg voor angst, en de aanwezigheid van leerstoornissen (ADHD, dyslexie) kunnen de kwetsbaarheid voor faalangst vergroten (Horeweg, 2025). 

 

Externe factoren: 

  • Leerkrachtverwachtingen en -gedrag: Dit is een van de meest invloedrijke externe factoren. Pygmalion- en Golem-effecten worden in onderwijsonderzoek sterk onderbouwd. Onbewust lage verwachtingen van een leerkracht kunnen leiden tot minder uitdagende taken, minder beurten en minder positieve feedback voor een kind, wat het zelfbeeld ondermijnt en prestaties daadwerkelijk doet dalen (Agirdag, 2011). Omgekeerd kunnen hoge, realistische en positief gecommuniceerde verwachtingen het zelfvertrouwen en de motivatie van leerlingen aanzienlijk versterken (Gaikhorst et al., 2022). 

 

  • Feedbackklimaat: De manier waarop feedback wordt gegeven is cruciaal. Dreigende, negatieve of alleen maar kritische feedback versterkt faalangst. Constructieve feedback, gericht op inzet en groei (growth mindset), die ook ruimte biedt voor fouten, werkt beschermend (Vaes, 2021). 

 

  • Klasklimaat en -cultuur: Een klimaat dat draait om competitie, sociale vergelijking ("Kijk eens hoe goed Jan dat al kan!") en prestatiedruk, is een broedplaats voor faalangst. Een veilige, voorspelbare en ondersteunende leeromgeving, waarin fouten worden gezien als leerkansen, is fundamenteel voor preventie (Van der Zalm-Grisnich, 2024; Tiquet et al., 2023). 

 

  • Ouderfactoren: Hoge, onrealistische verwachtingen, een zeer kritische opvoedstijl of overbescherming kunnen bijdragen aan de ontwikkeling van faalangst bij kinderen. 

Impact van faalangst op leren en ontwikkeling 

Wanneer faalangst niet wordt herkend of aangepakt, kan dit op de lange termijn blijvende gevolgen hebben voor het leren en het welzijn van een kind. 

  • Cognitieve impact: Faalangst belemmert het werkgeheugen. Angstgedachten ("Ik faal") gebruiken cognitieve capaciteit die nodig is voor de taak. Dit leidt tot onderpresteren, ook bij kinderen die de stof wel beheersen. Schouwenburg (2024) concludeerde in haar onderzoek dat faalangst een bepalendere factor was voor rekenprestaties dan onderliggende problemen in de sensorische prikkelverwerking. 
  • Emotionele en sociale impact: Chronische faalangst kan leiden tot depressieve gevoelens, schoolweerstand en sociale isolatie. Het zelfbeeld wordt verder uitgehold, wat een vicieuze cirkel creëert: faalangst leidt tot slechtere prestaties, wat het negatieve zelfbeeld bevestigt, wat de faalangst versterkt (Plummer, 2007). 
  • Langetermijngevolgen: Faalangst op jonge leeftijd kan doorwerken in het verdere schooltraject en bijdragen aan het ontwikkelen van een vaste mindset (fixed mindset), waarvan bekend is dat deze de leer- en groeimogelijkheden beperkt (Vaes, 2021). 

Tips

Hieronder vind je enkele nuttige tips (Horeweg, 2025b):

Faalangst voorkomen en verminderen:

  • Reflecteer op je eigen gedrag als leerkracht: wek je onbewust faalangst op? 

  • Maak duidelijk dat fouten maken mag en bespreek met de groep hoe daar mee om te gaan.

  • Deel eigen fouten en ervaringen om openheid te bevorderen.

  • Geef regelmatig positieve, taakgerichte én persoonsgerichte feedback; benadruk successen, niet alleen prestaties.

Omgaan met een kind met faalangst:

  • Praat met het kind over stressvolle situaties, gebruik schrijfopdrachten of open vragen. Leg uit dat faalangst normaal is.

  • Betrek ouders bij verwachtingen en thuisgedrag.

  • Verminder stress: meer tijd bij toetsen, geen onnodige beurten of lastige opdrachten, vereenvoudig vragen.

  • Help het kind realistische doelen te stellen.

Tips bij leren en oefenen:

  • Vertel het doel van de les en verdeel uitleg in kleine stappen. Herhaal waar nodig.

  • Laat kind eerst zelf proberen, daarna eventueel samen met een klasgenoot; geef bemoedigende feedback en benadruk succes.

  • Controleer begrip tijdens verwerking, help individueel, en bespreek klassikaal wat geleerd is.

  • Vermijd negatieve uitspraken en non-verbale signalen van frustratie.

Voor, tijdens en na toetsen:

  • Voor: oefen ademhaling en ontspanning, kondig toetsen ruim van tevoren aan, maak eventueel een leerplanning.

  • Tijdens: formuleer korte vragen, van makkelijk naar moeilijk; geef tijd; voorkom onnodige stress of onverwachte overhoringen.

  • Na: geef positieve feedback, focus op goede antwoorden en het leren van fouten; bespreek klassikaal en individueel.

Gesprek over faalangst:

  • Stel vooraf het doel van het gesprek en bespreek dat alles vertrouwelijk blijft.

  • Voorbeelden vragen: wanneer ben je zenuwachtig, wat denk je dat anderen van je denken, hoe ga je om met cijfers, wat zijn spannende momenten?

  • Bedank het kind, benadruk moed en bespreek vervolgstappen.

Bronnen

  • Agirdag, O. (2011). DE ZWARTE DOOS VAN SCHOOLSEGREGATIE GEOPEND: Een mixed-method onderzoek naar de effecten van schoolcompositie op de onderwijsprestaties, het zelfbeeld en het schoolwelbevinden van de leerlingen in het lager onderwijs met bijzondere aandacht voor intermediaire processen [Universiteit Gent]. https://lirias.kuleuven.be/retrieve/339489 
  • Bovee, E., & Drijfhout, S. (2006). “Je kunt meer dan je denkt!”: Een faalangstreductietraining. Acco.  
  • Erotokritou, F., Koutelekos, I., Soldatou, A., & Zartaloudi, A. (2025). Anxiety disorders and self-esteem levels of primary school children. European Psychiatry, 68(S1), S579. https://doi.org/10.1192/j.eurpsy.2025.1186  
  • Gaikhorst, L., Van Der Mast, O., Stolker, D., Gelderman, K., Van Caspel, R., Van Muijen, A.-M., Hentzepeter, M., & Soeterik, I. (2022). Lesgeven vanuit hoge verwachtingen [woa.kohnstamminstituut]. https://www.onderwijskennis.nl/sites/onderwijskennis/files/media-files/lesgeven_vanuit_hoge_verwachtingen_woa.pdf 
  • Horeweg, A. (2025, 10 augustus). Faalangst. Gedragsproblemen in de Klas. https://gedragsproblemenindeklas.nl/gedrag-op-school/faalangst/ 
  • Horeweg, A. H. (2025). Faalangst in de klas. Lannoo nv, Tielt.  
  • Horeweg, A. (2025b, april 24). Faalangst - Tips voor de leerkracht. wij-leren.nl. https://wij-leren.nl/tips-gedragsproblemenindeklas-faalangst.php

  • Lahr, P., & Rijkée, D. (2017). Eerste hulp bij faalangst. In Bohn Stafleu van Loghum eBooks. https://doi.org/10.1007/978-90-368-1576-5 
  • Plummer, D. M. (2007). Theoretical background. In Helping children to build self-esteem (pp. 13–38). Jessica Kingsley Publishers.  
  • Schouwenburg, E. (2024). De relatie tussen sensorische prikkelverwerking en rekenprestaties en de modererende rol van faalangst [MASTER’S THESIS, Open Universiteit]. https://research.ou.nl/  
  • Tiquet, E., Spilt, J. L., Buyse, E., Rianne Bosman, & Mirella van Minderhout. (2023). LEER-KRACHT WARME LEERKRACHT-LEERLING RELATIES.  
  • Vaes, R. (2021, 28 september). Fixed and growth mindset - JOW. JOW. https://www.jow.be/artikel/fixed-and-growth-mindset/ 
  • Van Bezooijen-Weij, M. (2013). Afstudeeronderzoek: Is het zelfbeeld van kinderen van invloed op hun leerprestaties? [Christelijke Hogeschool Ede]. https://hbo-kennisbank.nl/resolve/christelijkehogeschoolede/eyJ1IjogImh0dHBzOi8vc3VyZnNoYXJla2l0Lm5sL29iamVjdHN0b3JlLzVlZDdmOGUzLTU1MGUtNDA3Yi1iNmQ1LTU3MzVhNzQ0YzI0ZSIsICJpIjogbnVsbCwgImgiOiAiNGQ5YjMzODVlOWFjYmQxZjNiZTg5MjQwZWU2NjNhZTRkOWY5MTk4ZTQxMGMyNWZjNmZmODE1MTllMTA1NDhmZiJ9 
  • Van Der Zalm-Grisnich, M. (2024). Faalangsttraining voor kinderen. In Kind en adolescent praktijkreeks. https://doi.org/10.1007/978-90-368-2998-4